Standaard
Standaard
Alle rassen die erkend zijn bij de NKB moeten aan een aantal eisen voldoen, deze staan in de Standaard.
Dit is eigenlijk niks anders dan een spiekbriefje voor ons fokkers, hierin staat bijvoorbeeld vermeld hoe zwaar ons ras mag zijn,
hoe lang de oren dienen te worden en hoe de kleurslagen en aftekeningen er precies uit horen te zien.
De Haasdwerg is een pittig maar elegant dwergkonijntje, zijn gewicht ligt tussen de 800 gr tot 1100 gram, en zijn oortjes worden
5 tot 7 cm lang.
Het ideale gewicht bedraagt tussen de 0,9 en 1 kilo en de ideale oorlengte bedraagt 6 cm.
Type en Bouw:
Het ras is enigszins kort van type.
De beentjes behoren lang en fijn te zijn, De voetjes klein en kort met gesloten teentjes.
Het dier in stelling toont in het zijprofiel een kwart cirkel, waarbij de buikbelijning hoog is..
De Haasdwerg is aan de voorhand slank en aan de achterhand wat breder, van bovenaf gezien moet het er wigvormig uitzien.
De achterhand dient goed afgerond te zijn, zo min mogelijk moeten de heupbotjes voelbaar zijn.
Het staartje dient recht tegen het midden van de achterhand gedragen te worden.
Het kopje is vanaf de zijkant gezien “ei”vormig, het heeft een licht gebogen neusbeen en goed ontwikkelde wangen en snuit.
De ogen zijn relatief groot, levendig, helder en tonen het temperament van dit ras.
(In Engeland geldt zelfs dat de ogen van een Polish Rabbit zo groot mogelijk moeten zijn.)
De oren hebben het ideaal van 6 cm, zijn fijn van structuur, goed afgerond en goed behaard.
Ze worden strak en gesloten gedragen.
Belangrijk is dat de oren naar verhouding van het lichaam staan.
Een grotere Haasdwerg mag dus best wat langere oren hebben.
Het pelsje:
De pels van de Haasdwerg is relatief kort, zacht en glanzend, en slaat, bij het tegen de haarrichting inwrijven, direct terug.
De granharen en dekharen horen zeer dicht ingeplant te zijn, en de Haasdwerg heeft naar verhouding weinig onderwol.
De ideale pelsconditie bij het tentoonstellingsdier is een volledig doorgehaarde pels, zonder dun behaarde of kaal plekje.
Beentjes:
De Benen van de Haasdwerg bepalen zijn hele voorkomen.
Omdat een Haasdwerg goed moet kunnen stellen om de kwart cirkel te kunnen tonen, dienen zijn beentjes lang, slank, gespierd
en kaarsrecht te zijn.
Doordat de schoudertjes van de Haasdwerg smal dienen te zijn, staan zijn beentjes keurig vlak naast elkaar.
Zijn voetjes zijn klein en kort en de teentjes sluiten keurig aan.
De achterbenen behoren sterk te zijn en staan parallel aan het lichaam.
Stelling:
Van de zijkant gezien vormen de voorbeentjes, kop en oren van de Haasdwerg 1 rechte lijn.
Het dier dient goed omhoog te kunnen komen waardoor lange benen dus een vereiste zijn.
Zonder lange voorbenen kan het dier niet het vereiste type laten zien.
Kleur:
Albino:
De pelskleur behoord zuiver helder wit te zijn, zonder enig vertoon van aanslag.
De oogkleur is rood, bij voorkeur zo rood mogelijk.
De nagels zijn bij een albino geheel kleurloos
Konijngrijs:
De kleur komt overeen met die van het wilde konijn.
De dekkleur wordt gevormd door licht bruingrijze dekharen, waarvan er regelmatig zwart getopt zijn.
De borst en de flanken zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met de kleur op de rug en tonen dus ook ticking, eveneens zijn
de benen zo gekleurd voor zover zij niet wit zijn.
De dekkleur mag niet te donker of te rood zijn en de ticking dient regelmatig te zijn.
De triangel (het stukje in de nek onder de oren) is bruingeel.
De buik is wit, eveneens de onderkant van de staart, de achterzijde van de voorbenen en de binnenzijde van de achterbenen,
alsmede de onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur.
De oogringen zijn iets lichter van kleur en vrij van ticking.
De oren zijn zwart omzoomd, de bovenkant van de staart is donkergrijs.
De oogkleur dient donkerbruin te zijn, en de nagels donkerhoornkleurig.
De snorharen van de konijngrijze Haasdwerg zijn zwart.
De dekkleur gaat over in een bruingrijze tussenkleur van iets krachtiger nuance dan het bruingrijs van de dekkleur.
De gehele grondkleur is blauwgrijs.
Lichaamsconditie en verzorging:
Een dier wat ingezonden word op een tentoonstelling of keuring dient in de beste conditie te worden voor gebracht.
Het lichaam behoort goed bevleesd en gespierd te zijn, verder hoort het dier goed getraind te zijn.
De nagels dienen regelmatig evenwijdig met het loopvlak geknipt te zijn, zonder het leven te raken.
Verder moet ervoor gezorgd worden, dat de nagels, de gehele pels, de voetzolen, de binnenzijde van de oren en rondom de
anus en geslachtsdelen alles schoon is.
De ogen moeten schoon zijn en tintelen van levenslust.
Tekst Andrea Vogel.
Aanvullende informatiebron:
Standaard van de in Nederland erkende konijnenrassen, cavia’s en kleine knaagdieren
NKB